
GEDICHTEN VAN INGRID E. NOPPEN
MOOI MENS
Langzaam tot leven gewekt
onder mijn handen
jouw trillende huid
in jouw blik ontvonkt
iets van een sprankeling
een weten van voelen
al mijn woorden ingeslikt
overbodig, niet nodig
alleen maar hier zijn
wit als sneeuw je haar
met hier en daar nog
wat restanten van krullen
jij, uniek mens
eeuwig mooi in het ontwaken
=======================================
ADEMHALEN
Mijlenver van hier
willen wonen op een hoge alp
uitzien over een oceaan in
ongekend blauw
in een nieuw lichaam zijn
nog geheel onaangetast en
met een taal die bereikbaar maakt
wat nu alleen maar smeult in de verte
voorbij eindeloosheid kunnen zien
en in de bermen van te lopen paden
felrode klaprozen zien bloeien
als een vergezellende weelde
en los, helemaal los van
al het knellende, het verstikkende
ademhalen, eindelijk ademhalen
=======================================
TRAGEDIE
Met in zijn emmertje de zee
stapje voor stapje
neemt hij de zilte rijkdom mee
naar zijn eigen strand
de kleine architect
zoekt naarstig naar de plek
waar net nog zijn ontwerp
vroeg om een laatste hand
tot mijlenver getuigt de ontdekking
het aangezicht van een verwoesting
zelfs geen lolly troost
een labrador kijkt schuldig toe
=======================================
BOEKENGEFLUISTER
Na misschien ooit iets betekend te hebben
laat ons niet zomaar ergens verstoffen
nutteloos verworden tot broos en vergeeld
meer wensen wij niet dan dat jij ons
vindt en je honger zal stillen met
het buffet van onze woorden
laat oude tijden toch herleven
toen wij nog waard waren om te lezen
========================================
DWALEN
Alsmaar in de verkeerde trein zitten
steeds weer moeten overstappen en
nooit iemand tegenkomen die
het juiste perron weet
geen enkele halte die vertelt waarheen
voor de zoveelste keer op goed geluk instappen
de conducteur weet ook van niets
hij knipt alleen de kaartjes
geen tussenstop herkenbaar
opnieuw langs vreemde oorden
het monotone van de sporen
reist onophoudelijk dreinend mee
geen enkele halte vertelt waarheen
=========================================
LUNCHROOM
Je zat daar
ik wist niet hoe je heette
hoe kon ik dat ook weten
ik zag je voor het eerst
weggedoken in een wat sjofele jas
van jaren uitgesleten
had je klaarblijkelijk al gegeten
althans, je bord was leeg
je haar lag warrig op je hoofd
met een verdwaalde krul opzij
ik keek naar je in stiekeme observatie
je intrigeerde mij
jij zag mij niet, gelukkig maar
onaangetast bleef zo het zicht op
wie jij uiteindelijk zou worden
de architect van dit gedicht
==================================
STENEN HARTEN
Het moeten stenen harten zijn
en ogen zonder licht
niet meer in staat tot enig voelen
door de zucht naar vernietiging totaal verblind
geen dialoog meer mogelijk
hun taal spreekt slechts met tongen van haat
mens tegen mens, volk tegen volk
eens vruchtbare akkers met bloed bezaaid
talrijk reeds de neergestorte vogels
moeders in eeuwige rouw gekleed
voor maar zo’n korte tijd op aarde
een nalatenschap van veroorzaakt leed
======================================
UITGEPELD
Gevangen in de dwangbuis van alles rondom
machteloos als een gekapseisd schip
in peilloos zwart water verdwijnen tot slechts
uiteengereten in wrakhout bovendrijven
verspreid in talloze brokstukken
- zwemmen kan niet meer -
meedeinen met de stroom
berustend voortgestuwd door de wind
getornd uit het vastgesnoerde korset
van mennende leidsels losgerukt
maskerloos, van oude huid ontdaan
alleen nog kunnen zijn wie je bent
===========================================
WAT ONVERTELD ZOU BLIJVEN
Het was uit een ontsloten diepte
dat een ver verleden opborrelde
om zich weer te manifesteren
als wrede realiteit
het waren ijzige kreten die
uit dat broze lichaam steeds
vaker echoden door de kamers
pijn deed het te horen
waar bleven de woorden
om uitdrukking te geven aan
wat veel te lang al
gevangen was in stilte?
nog voor het ooit een stem kon krijgen
koerierde de bode van het sterven
het was op een lentedag in maart
===================================
ONZICHTBAAR
Dat zou je willen
je voor één keer kleden
in opzichtige gewaden
je haar creëren tot
een torenhoge donutbun
opgemerkt worden
in die massa van …
het lijken wel machtige reuzen
ze steken overal bovenuit
terwijl hun stemmen alsmaar
bombastisch luid
je kan je oren dichtdrukken
het helpt geen ene zier
hoe ze zichzelf openbaren
met intellectueel gebazel
en jij klein, kleiner
nog altijd onzichtbaar
dat zou je willen
gezien worden
maar eerder nog gelezen
===========================
WINTER
De winter
een blijvend seizoen geworden
ijzig koud
maar op bevroren water
strijken vogels neer
zij weten van overleven
en jij ook
========================================
OP SLOT
Wat nooit gezegd mocht worden
om het oerlelijke ervan en daarom
geen klanken mocht hebben dan
etteren in onze lijven als
levensgrote gezwellen
daar in het donker zou het eeuwig blijven
en ons elke dag, elk uur
wat meer doen ondergaan
maar we wisten zonder woorden
en verstonden elkaar waar
niemand ons ooit heeft kunnen verstaan
onze lippen op slot gedaan
door grote mensenhanden
lang geleden
maar zonder eindtijd
het heeft jou langzaam opgepeuzeld
terwijl ik alleen nog koersloos kan ronddolen
wetende dat onze stemmen voorgoed
verpulverd zullen blijven
========================================
LIZA (van Oekraïne)
Violetgekleurd waren de bloemen
net als het jurkje waarin je danste
jouw onschuld schilderde heel de wereld
tot een sprankelende aquarel
wat wist je van barbaren
die alles monsterlijk maken en
nooit een hart zullen bezitten
zo zuiver als dat was van jou?
in luttele seconden
jouw leventje weggevaagd
vier veel te korte jaren
was je een zaadje van de zon
wat wist je van barbaren
die alles monsterlijk maken?
===================================


13 JUNI
Dat ik vandaag feest moet vieren
maar dat die lege stoel daar staat
waar niemand op mag zitten
omdat ik wacht op jou
ik kan het niet, nog altijd niet
blij zijn om elk jaar erbij
het voelt gestolen, niet van mij
het is dat schuldig blijven voelen
ik weet het, onterecht
maar toch …
vanmorgenvroeg
ik wachtte en ik wachtte
jij belde niet, alweer niet
het waren andere namen
en ik speelde mijn spel
ik weet het wel
je zal niet kunnen komen
maar ik bewaak die lege stoel
hij blijft voor jou bedoeld
==========================================
ZINSBEGOOCHELING
Soms zie ik je lopen
ergens in een menigte
op de rug gezien jouw haarcoupe
jouw manier van doen
bij mijn roepen van jouw naam
geen reageren van herkenning
dus luider, heel wat luider
misschien heb je me niet gehoord
mijn stappen, zoveel groter nu
en sneller, alsmaar sneller
voorbij jouw schaduw, voorbij jou
verwachtingsvol een omzien
je bent het niet
alweer niet
=====================================
ZINLOOSHEID
Het zijn de zonen
de vaders en de dochters
die op te koude aarde sneuvelen
voorgoed hun ogen sluiten
is op hun lippen een
laatste roep om hun moeder
in hun doodsstrijd de hunkering
naar haar zo warme schoot?
welke naam past de agressor
die in zijn hebzucht het doodvonnis tekende van
duizenden en met een enkele pennenlikkersvinger
het sein gaf tot het zinloos laten vloeien van bloed?
en talrijk
zijn de weduwen en de wezen
kreunen alle eens vruchtbare velden
alleen nog maar vernietiging
===========================================
WEET JE
Dit moet je weten
dat om mij heen
alles gewoon doorgaat
maar als de zon schijnt
voel ik de regen en
als de dag is aangevangen
ervaar ik nog de nacht
dit moet je weten
dat zoveel lentes gepasseerd zijn
en zoveel zomers reeds
maar dat het winter is gebleven
dat ik je mis en
elke dag alleen maar meer
mijn lief, dat moet je weten
======================================
DAG IN, DAG UIT
Wat oorlog kan doen
ik zag het in mijn moeder
ik zag het in mijn vader
in niet meer willen herbeleven
het ingebedde zwijgen
de bel die deed verstarren
alsook het kloppen op een deur
en in de nachten vogels zien
met afgebrande vleugels
ik las het in hun ogen
die eeuwige bezetting door
wie voor altijd vijand was en
nooit meer kon het vrede worden
wat oorlog kan doen
dag in, dag uit
ik zie het in de spiegel
==================================
DE ETALAGERUIT
Tussen de etalagepoppen
gekleed in luchtige japonnen
zomaar een gezicht
spiegelt iets van een herkenning
in die sluimerende blik
elke beweging wordt gevolgd
perfect gedupliceerd
nog even kijken, heimelijk staren
onderzoeken wie het is
een onverwachte confrontatie
met het wezen in die ruit
nieuwsgierig opgaan in die ogen
en de contouren van dat lijf
zomaar een gezicht
tussen etalagepoppen
=================================
DESPOOT
Schiet maar, vernietig maar
laat de bommen maar vallen
op huizen die niet van jou zijn
op al die akkers die ooit omgeploegd en
bewerkt zijn met liefdevolle handen
maar nooit zul jij de liefde leren kennen
en de koestering van warmte
steen ben je, beton, grijsgrauw graniet
een gevangene van je eigen haat
die onverteerd tot onder je huid als
een kankergezwel uitzaait in heel je lijf
heb je ze geteld
alle doden die je reeds maakte
de mannen, de vrouwen en de kinderen?
bloedzwart zullen de nachten je zijn
wanneer hun gezichten zich posteren
op alle wanden van je huis
door eeuwen heen zal je naam genoemd zijn
als drek uit miljarden monden en
geen bloem zal ooit bloeien op jouw graf
===========================================
SNEEUWWITTE VOGEL (n.a.v. moord op Peter R. de Vries)
Hoe hij vloog
met krachtige vleugels
over wilde zeeën en door
ondoordringbare wouden
voor de allerzwakste wezens
de sneeuwwitte vogel
voor niets terugdeinzend
voor niemand wijkend
maar altijd ijzersterk
op weg naar zijn doel
hoe kon hij weten
van de zwarte kraaien
die hem op de rug met valse
kraalogen al zo lang beloerden
op één moment van
onoplettendheid pikten ze
hem met vlijmscherpe snavels
tot de verschijning van de dood
hoe hij eens vloog
de sneeuwwitte vogel
met een oervast geloof in
gaan voor het recht
onbevreesd en ijzersterk
==================================
NU ER DIE STILTE HANGT
Wiens kind ben ik geweest
wat heb ik ooit geweten
dan enkel maar het heden
van wie mij borgen in hun schoot
onzichtbaar voor elk oog
altijd onuitgepakt gebleven
hun koffers in die donkere hoek
met niet te openen sloten
soms snerpten heel opeens wat kreten
als ijzel door de kamers
ontweken stille tranen
de beklemming van mijn vragen
en nu het stil geworden is
blijft er dat wroeten naar verledens
waarvan ik nooit de sleutels had
wiens kind ben ik geweest?
=========================================
IK HEET …
Als in een luchtbel gevangen
hermetisch afgesloten
daarbuiten
stemmen en geluiden
ze horen je niet
volumeloos
jouw uitgestoten klanken
binnen geluiddichte wanden
malen ze rond
de witte jassen in de ruimte
de veel te strakke blikken
drie-, viermaal prikken
in vaten veel te broos
ik heet, ik heet
weet je hoe ik heet
en wat er omgaat in dit lichaam
in dit op hol geslagen hoofd?
ik heet, ik heet
weet je hoe ik heet?
=================================
VOLTOOIDE TIJD
Het gordijn van nevel opentrekken
de herinneringen ontsluiten
durven omhelzen wat eens was
achter elke traan een voltooide tijd
niets keert weer
alles is eindig
met trillende handen
de foto’s bekijken van
het lijkt een veel te ver verleden
leren dealen met het heden
waarin het martelend besef
van niet meer
nooit meer een terugreis
niets keert weer
alles is eindig
-------------------------------------------------------------
IN VROEGE UREN
Golven getemd
kalme zee
glooiende kustlijn
zand draagt sporen
grote schoenmaat
van welke passant?
timide strand
oneindig in mijlen
de horizon knipoogt
een lengte te ver
---------------------------------------------------------
KANSLOOS
Dat beeld herinner ik mij ook
jouw gezicht in dat kussen
en toen ik je vroeg waarom, zei je
omdat ik anders huilen moet
ik streelde je onbehaarde hoofd
waarop minuscule stoppeltjes
hoop gaven op een nieuwe oogst
ik wilde dat jouw tranen
over alle dijken heen
zouden stromen als rivieren
opdat je misschien nog
een kans zou hebben
maar in het sneeuwwit van dat kussen
ankerde jouw gezicht zich
muurvast in een stilte
ik streelde je onbehaarde hoofd
-----------------------------------------------------------
ZOEKTOCHT
Hoe de bomen in lange rijen stonden
wij er tussenin als dwergen leken en
uitkeken over het pad voor ons
dat zich uitstrekte in oneindigheid
we sjokten voort en spraken niet uit
hoe vermoeid we al waren, zwegen
alsof elk woord had kunnen verbreken
waar we volhardend in bleven geloven
alsmaar volgend de trek van de
vogels boven ons, sneeuwwit en met
hun vleugels scherend langs de wolken
licht zwevend op de rug van de wind
daar waarheen zij trokken
moest het zijn dat wij eindelijk
terug konden vinden wat wij
zomaar ergens waren kwijtgeraakt
en hoe uitgeput we al waren
we sjokten voort
--------------------------------------------
WAT ONGESPROKEN BLEEF
Ook dat herinner ik mij nog
jouw verhaal van
hoe je eens onder het kabaal
van geweerschoten en gekrijs
moest vluchten uit je huis
je hart bonsde te luid
toen je in ragdunne jurk
en op blote voeten
de bescherming zocht
van de doornatte sawa’s
toen pas begreep ik
waarom je trilde bij
de donder van onweer en
het kloppen op deuren
zelfs de bel deed je verstarren
en in stilte ondergaan
maar te weinig heb ik kunnen verstaan
van wat nog huisde
in zoveel ongesproken woorden
-------------------------------------------
CONFRONTATIE
Ik heb het zo toch niet bedoeld
maar ze bleven komen
toen ik de spade had gezet
in de aarde van mijn hart
kwamen ze naar boven
ik dacht
dat ik de grond gezeefd had
het onkruid had geschoffeld
de oude wortels had getrokken
en had weggemoffeld
maar ze bleven komen
al die begraven silhouetten
toen ik de spade had gezet
kwamen ze naar boven
ik heb het zo toch niet bedoeld
als een confrontatie
tussen jou en mij
want alle wonden
die ik schreeuwde
daar hoorde jij niet bij
-----------------------------------------
ZWARTE LINTEN
Sneeuwwit het laken
het kraakte veel te luid
wanneer ik het bewoog
jij lag zo stil, doodstil
dat zelfs het fluisteren
van mijn stem
als donderslagen klonk
wist jij dat angst kon klappertanden
als koude koorts doorheen je lijf?
ik wilde je niet kwijt
niet daar, niet toen
omgeven door reeds
uitgedraaide apparaten
maar toch, je stierf
niet meer bewust van mij
en onomkeerbaar tooide het tij
de dag met zwarte linten
---------------------------------------------
STEEN VOOR STEEN
Alerte wachter aan jouw hart
mijn hoopvol oor scherp
aan jouw lippen
misschien, o ja, misschien
breekt door blokkades heen
wat veel te lang al in
hardnekkig zwijgen is gemetseld
ik beitel steen voor steen
los van de vesting die rondom
zelfs elke flinter zonlicht
tot een versperring is
wil ik ontpluizen wie je bent
en welke naam je is gegeven
achter het masker dat je showt
ik wil tot in je aderen weten
door de blokkades heen
vergruis ik steen na steen
-----------------------------------------------
ALS ...
Wat zou je anders doen, mijn vriend
wanneer je werd vergund
terug te gaan naar
waar je ooit begon
en als je mee mocht nemen
dat wat je nu vergaard hebt
aan kennis in je brein
zouden je wegen dan misschien
wat meer begaanbaar zijn
zou je rugzak lichter dragen
je blik wat wijzer schouwen
en zou je weten uit ervaring
hoe je een huis moet bouwen
wat zou je anders doen, mijn vriend?
-----------------------------------------------------
SATIJNZACHT
Ach, mijn lief heb ik je liefgehad
zoals de lente de ijle bomen
de zon het rillende land
heb ik je naam ontvouwd
op mijn lippen
zo satijnzacht
dat je zou weten
wie hem sprak?
zoek mij, zoals ik jou zoek
in de nissen van de stilte
en alle spelonken van de tijd
nog zoveel luider dan de wind
hóór hoe ik je roep
alsmaar … en alsmaar
letter voor letter
zo satijnzacht
ontvouw ik je naam
-----------------------------------
HUIZE NOWHERE
Ik zeg dat ik je kamer mooi vind
wel een beetje klein misschien
maar dat hou ik voor mezelf
en ik troost je met het uitzicht
en met de grote tuin beneden
waarin fatsoenlijk rijtjesgroen
dat de smalle gangen
smetteloos wit en veel te lang
lijken te leiden naar een nowhere
daarover zwijg ik ook
je laat me foto’s zien van vroeger
en dan opeens zijn er slechts tranen
elke dag die dunne soep
en de zusters zijn niet aardig
ik troost je met het uitzicht
en met de tuin beneden
------------------------------------------------------
DE BOMEN HUILEN TRANEN
Huiverende bladeren
rillend groen
een ekster nipt
een drank van regendruppels
zompig
ligt de aarde
een zwerfkat zoekt
vergeefs een droge plek
een verveloos hek
omfort een tuin
geen leven achter ramen
de straat tekent verlaten
de bomen huilen tranen
-
-------------------------------------------
WEERZIEN (voor Joz)
Alle uren, alle jaren
die ons te ver uiteen
lieten omgaan als nomaden
in een woestijn met veel
teveel fata morgana’s
vermoeid als wij waren
zocht jij mij
zocht ik jou
in het niets grepen onze handen
doorheen de adem van de wind
tot aan die dag waarop ik
bijna niet meer jouw wezen herkende
zo een te lange eeuwigheid had zich neergelegd
als een eeltlaag over ons gelaat
en toen ik je dan vond
vertrouwd als in een oeroud verleden
deed geen tijd er nog toe
dan onze ogenblikken samen
totdat wij onze eigen vertes
weer noodgedwongen moesten ingaan
maar toch met het weten
geen tijd doet er nog toe
---------------------------------------
ZWARTE SCHOENEN
Je had ze aan
zwarte
want dat had je gezegd
'ik wil mijn schoenen aan’
en je donkergrijze pak
je had het twee keer aan gehad
ik vond die stropdas mooi
op je revers
dat engeltje van mij
waarom?
nou ja omdat
het voelde gewoon goed
je ogen waren opgemaakt
met hier en daar wat parelmoer
ik dacht nog bij mezelf
dat als je dat zou weten
je met een ruk weer zou herrijzen
in elk geval
je had je zwarte schoenen aan
-----------------------------------------------------
MOEDERDAG
Weer zo’n afschuwelijke dag
waarop ik bloemen koop
die ik je niet kan geven
dan enkel schikken op dat plekje
waar toen je as een rustplaats vond
vlak voor die hoge iep
dat wat je nog zou willen weten
herhaal ik keer op keer
gewoon maar in gewelde hoop
dat je me zult verstaan
weer zo’n afschuwelijk dag
waarop het zwaarder voelt
en zoveel leger dan voorheen
waarop ik bloemen koop
die ik je niet kan geven.
-------------------------------------------
MOTORGERONK
Nog hoor ik het
dat geronk van die motor
toen je plaatsnam op dat
bruine zadel en zei dat je gauw
weer terugkwam om te blijven
ik wist dat het niet zo was
dat een belofte werd gemaakt om
meer dan duizendmaal te breken
en dat bleek ook zo te zijn
nooit beter heb ik je gekend
dan in flitsen van komen en gaan
in woorden als lucht zo vluchtig
je schaduw herkende ik nog eerder
dat je mijn naam wist uit te spreken
voelde al als een hele rijkdom
vanaf toen blijf ik het horen
dat geronk van die motor
dat geronk van die motor
------------------------------------------
CONFRONTATIE
Ik heb het zo toch niet bedoeld
maar ze bleven komen
toen ik de spade had gezet
in de aarde van mijn hart
kwamen ze naar boven
ik dacht
dat ik de grond gezeefd had
het onkruid had geschoffeld
de oude wortels had getrokken
en had weggemoffeld
maar ze bleven komen
al die begraven silhouetten
toen ik de spade had gezet
kwamen ze naar boven
ik heb het zo toch niet bedoeld
als een confrontatie
tussen jou en mij
want alle wonden
die ik schreeuwde
daar hoorde jij niet bij
---------------------------------------------------------
GEWETENSVRAAG
Was het waard
al die rouwende moeders
al die kinderen zonder vaders
al dat verschroeide land?
was het waard
een strijd
voor maar zo'n korte tijd
op aarde?
was het waard
al die doden
al die gewonden
en verminkten
wat was de prijs
toch veel te hoog?
---------------------------------------
https://www.ingrideleonora.nl/